maandag 30 december 2013

The Doors - A Collection

 
"I never liked Jim Morrison at all...
...and I never liked The Doors.
I didn't like them as a band...
...I didn't like their music.
I personally didn't like Jim Morrison;
I didn't like the way he behaved
...or the way he came across.
I thought he was an obnoxious person"
 
- David Crosby

I admit that some of the tunes retain considerable nostalgic appeal, but there's no way I can get around it--Jim Morrison sounds like an asshole.

- Robert Christgau
 
 
Je zou het misschien niet zeggen, maar David Crosby is een wijs man, en inzake The Doors kan ik niet anders dan solidair met hem zijn. In tegenstelling tot tijdgenoten als The Byrds en Buffalo Springfield waren The Doors gedwongen hun albums op te vullen met pure middelmaat. Het ontbrak de band eenvoudigweg aan talent voor het (constant) schrijven van goede liedjes. Uiteraard bevatten de zes studioplaten die de band heeft opgenomen wel enkele positieve uitzonderingen. Break on Through is als opener van een debuutplaat ongeëvenaard. De groove in Moonlight Drive pleit in het voordeel van de band: enig talent moet toch aanwezig zijn geweest. En Love Street is volkomen perfect. De box-set A Collection bevat alle studioplaten van The Doors in de geremixte versies. Normaal ben ik een purist en ga ik voor de originele mixen, maar in dit geval neem ik genoegen met deze heruitgaven die werkelijk fantastisch klinken. (De originele mix van Moonlight Drive heeft aanzienlijk meer punch, maar voor de rest ontdekte ik zo gauw geen nadelige verschillen.) Al met al een zeer voordelige manier om de complete discografie van The Doors aan je verzameling toe te voegen.

woensdag 25 december 2013

Iggy & The Stooges - Ready to Die

 
Het is doodzonde dat Iggy Pop in zijn 40-jarige carrière niet meer platen heeft gemaakt met James Williamson. Alles waaraan de twee hebben samengewerkt is fantastisch. Ga maar na: Raw Power, Kill City, New Values en nu deze plaat, Ready to Die. Op muzikaal vlak heeft Jimmy Osterberg meer gehad aan Williamson dan aan Bowie (op commercieel vlak ligt het anders). Williamson’s betrokkenheid lijkt een garantie voor coherent liedjesschrijven (met volop hooks), rijke (maar smaakvolle) arrangementen, en wat betreft het bedenken van stoere riffs doet hij nauwelijks onder voor de betreurde Ron Asheton. Na de absolute deceptie die The Weirdness was is deze plaat een heerlijke opsteker. Een van de weinige muzikale hoogtepunten van 2013.

zaterdag 7 september 2013

Bob Dylan - Bootleg Series vol.10



Alle promotiecampagnes ten spijt, deel tien van de bootleg series is niet meer dan een aardige verzameling Bob Dylan outtakes. Deze uitgave biedt ons enerzijds betere versies van Self Portrait liedjes (d.w.z. zonder de overbodig drukke arrangementen), maar anderzijds zadelt het ons op met veruit mindere versies van New Morning liedjes (Sign on the Window met orkestrale overdubs is een schoolvoorbeeld van wansmaak, hoe haalt die Bob Johnston het in zijn hoofd?). Grootste troef van deze dubbel-cd is de zang van Bob Dylan, hij doet waarachtig zijn best en dat levert toch nog enkele juweeltjes op: Time Passes Slowly (met George Harrison), I Threw It All Away, Pretty Saro & This Evening So Soon. 

vrijdag 3 mei 2013

Kubelik & Bartok deel 1


A desert island disc, if there ever was one. Dit is zo ongeveer het beste wat men kan klaarspelen met een orkest, een dirigent en opnameapparatuur (in dit geval: één microfoon en een tape-recorder). Rafael Kubelik was een briljante dirigent die eigenlijk alleen maar goede opnames heeft afgeleverd. Slechts drie jaar hield hij het uit bij de Chicago Symphony. Om een of andere reden moest hij daar het veld ruimen (wellicht te vooruitstrevend in zijn repertoire). Later ging hij aan de slag bij het orkest van de Beierse Radio waarmee hij zijn Mahler cyclus opnam die tot op de dag van vandaag als standaard geldt. Pictures at an Exhibition, Ravel's orkestratie, is geweldig. Bartóks' muziek voor strijkorkest, percussie en celesta is een meesterwerk en dit is zonder enige twijfel een van de beste opnames van dit werk (samen met die van Fritz Reiner met hetzelfde orkest en, jawel, Hebert von Karajan met de Berliner).

zaterdag 13 april 2013

Herbert von Karajan


Wanneer een artiest veelvuldig de hemel in wordt geprezen ontstaat er gebruikelijk een tegenbeweging. Zo zijn er lieden die het Herbert von Karajan kwalijk nemen dat hij niet ondubbelzinnig stelling nam tegen het nazisme. Anderen bekritiseren het steeds gladder wordende geluid van de Berliner onder hem. En anderen vinden Von Karajan dan weer een verschrikkelijke ijdeltuit. Allemaal leuk en aardig: het doet niets af aan de artistieke kwaliteiten van de maestro. Meer dan een dirigent lijkt Von Karajan soms op een hypnotiseur die het orkest volledig in zijn macht heeft. Hoewel vooral bekend om zijn vertolkingen van de Beethoven symfonieën was de Oostenrijker wellicht op zijn best in het laat romantisch en vroeg moderne werk. Dat wil zeggen: van Bruckner en Richard Strauss tot Ravel en Honegger. Een ieder die wil horen wat een uitzonderlijk dirigent met een orkest op de toppen van zijn kunnen vermag luistert naar Ravel's Daphnis et Chloé suite op bovenstaand album.

donderdag 11 april 2013

Billy the Kid


Aaron Copland mag vandaag de dag gelden als de componist wiens muziek de Amerikaanse ziel belichaamt, door zijn collega-componisten werd hij toch vooral als te conservatief beschouwd. Varèse vond hem te Europees en Ives moest ook al niets van hem hebben. Coplands inzet voor en betrokkenheid bij de moderne muziek van zijn landgenoten kon de argwaan bij zijn collega's nooit helemaal wegnemen. De kracht van Coplands muziek is haar toegankelijkheid. (Misschien soms al te veel neigend naar soundtrackmuziek.) Op bovenstaand album staan twee van zijn beste orkeststukken: de Rodeo suite en Billy the Kid. Als het om Copland gaat zweren de meesten bij de opnamen van Bernstein. Misschien wel omdat die twee zo klef met elkaar waren, alles wat 'Lenny' deed vond Copland even geweldig. Ik echter, vind Goulds klassieke opnamen voor RCA nog altijd de beste. Hier klinkt de muziek echt als western, en nergens swingt Mexican Dance zoals op deze plaat.

Dohnányi's Beethoven

 
 
Cristoph von Dohnányi is een uitstekend dirigent die nog wel eens vergeten dreigt te worden. De beste man krijgt niet de erkenning die hem toekomt, wil ik maar zeggen. Met het Cleveland Orchestra en de Wiener Philharmoniker heeft hij vele fantastische opnamen gemaakt. R. Strauss, Ives, Webern, Bartók, Stravinsky, hij kan het allemaal en stelt zelden teleur. Uit de jaren '80 van de vorige eeuw zijn de opnamen van de complete symfonieën van Beethoven voor het Telarc label. Nu is de keuze als het om Beethoven gaat nogal groot, maar deze set behoort zonder twijfel tot de beste. De eerdere opnamen van deze werken door het Cleveland Orchestra onder Szell zijn natuurlijk vermaard, persoonlijk hoor ik toch liever zijn opvolger aan het werk. Dohnányi's Beethoven is nu nog verkrijgbaar, verdeeld over vijf schijfjes, en uiterst betaalbaar.

woensdag 10 april 2013

Bowie's Next Day



Het is van een onzegbaar geluk dat David Bowie nog steeds muziek maakt. Na tien jaar van stille wanhoop was daar opeens The Next Day. De overgave waarmee Bowie op zijn nieuwe plaat zingt doet een mens goed. En de liedjes (de meeste toch) mogen er zijn! Met Valentine's Day, I'd Rather Be High en How Does the Grass Grow toont Bowie nog maar eens zijn talent voor perfecte popdeuntjes. En You Feel So Lonely You Could Die is een van de meest aangrijpende liedjes uit zijn gehele oeuvre. Aanbevolen is de Japanse editie, met daarop de bonustrack God Bless the Girl, dat sterk refereert aan Young Americans, een van zijn vele meesterwerken.

Bartók en Reiner



Fritz Reiner, berucht om zijn strengheid en de angst die hij orkestleden inboezemde, wordt beschouwd als een van de beste dirigenten van de 20e eeuw. Hij heeft met zijn vaste orkest, de Chicago Symphony, in de jaren '50 van de vorige eeuw van verschillende populaire klassieke werken opnamen gemaakt die tot op de dag van vandaag als maatstaf gelden. Zo zijn daar de opnamen voor het RCA Living Stereo label van Scheherazade, de Nieuwe Wereld Symfonie van Dvorak, verschillende orkeststukken van Richard Strauss, en, waar het mij hier om te doen is, enkele orkeststukken van Béla Bartók. Dit is misschien wel de beste klassieke langspeler ooit uitgebracht. Dit alles door een combinatie van onberispelijk spel van het orkest, fantastisch geluid (kenmerkend voor de Living Stereo opnamen) en de volledige toewijding van Fritz Reiner aan de muziek van zijn landgenoot. Reiner zelf heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van het Concert voor orkest en die betrokkenheid bij deze muziek is duidelijk hoorbaar. Geen enkele muziekverzameling kan zonder dit album.

De tweede van Mahler



Het curriculum vitae van Ozawa is indrukwekkend genoeg. Opleiding gevolgd bij Herbert von Karajan en door Leonard Bernstein naar New York gehaald om assistent-dirigent te worden van het filharmonisch orkest aldaar. Waarna een decennialang dirigentschap bij de Boston Symphony volgde. Zijn, minder bekende, eerste leraar was maestro Saito, ter wiens nagedachtenis het Saito Kinen orkest is opgericht. Hideo Saito kan trots zijn. Het orkest is namelijk fenomenaal, zoals te horen op deze live-opname van 'de tweede' van Mahler. Met name de toewijding die de strijkers in hun spel leggen is ongelofelijk. Dat Ozawa vertrouwd is met Mahler weten we van zijn uitstekende opnamen van Mahler symfonieën met de Boston Symphony, maar deze Tweede overtreft dat alles nog eens. Prima solisten en een indrukwekkend koor maken deze opname tot een van de allerbeste. Nu alleen nog maar verkrijgbaar in Japan, maar voor liefhebbers van Mahler meer dan de moeite waard.